Selecteer een pagina

Misschien herken je dit:
Hij loopt langs je en raakt je aan.
Niet grof. Niet grensoverschrijdend.
Gewoon even een hand. Een kneepje. Een aanraking “uit liefde”.

En toch verstrakt er iets in jou.

Je lijf trekt zich terug nog vóór jij kunt bedenken waarom.
Je zucht. Of je bevriest. Of je wordt ineens kortaf.
En hij voelt dat. Raakt gekwetst. Of boos. Of trekt zich terug.

En daar sta je dan.
Met een lichaam dat nee zegt en een hoofd dat het niet goed kan uitleggen.


Wat hier vaak misgaat (en wat bijna niemand benoemt)

Veel vrouwen die googelen op “mijn man zit altijd aan me” denken dat er iets mis is met hen.
Alsof ze koud zijn geworden.
Afgestompt.
Niet meer liefdevol.

Maar wat als je lichaam niet tegen aanraking is — maar tegen de manier waarop verbinding wordt gezocht?


mijn man zit altijd aan me

Liefdestalen die elkaar niet verstaan

Voor veel mannen is aanraking een primaire liefdestaal.
Het is hoe ze nabijheid voelen. Bevestiging. Verbinding.

Maar dat betekent niet automatisch dat het voor jou ook zo werkt.
Misschien is jouw liefdestaal:

  • rust

  • emotionele afstemming

  • gezien worden in woorden

  • samen zijn zonder verwachting

En als aanraking komt zonder die bedding, dan voelt het niet als liefde —
maar als iets wat van je gevraagd wordt.

Niet bewust.
Niet kwaadwillend.
Maar wel voelbaar.


Vanuit IFS bekeken: welk deel van jou trekt zich terug?

In IFS kijken we niet naar “jij” als één geheel, maar naar delen.

Vaak zie ik bij vrouwen in deze situatie:

  • een beschermend deel dat zich afsluit voor aanraking

  • een overlevingsdeel dat geleerd heeft om te verdragen

  • en soms een jong deel dat ooit verlangde naar zachtheid, maar die niet veilig voelde

Dat beschermende deel is niet tegen je man.
Het is vóór jou.

Het zegt niet: “Ik wil geen verbinding.”
Het zegt: “Niet zo. Niet nu. Niet op deze manier.”


“Wat heb je nodig?” is een mooie vraag — maar vaak te groot

Dit is ook mijn favoriete vraag.
Maar eerlijk is eerlijk: veel vrouwen hebben hier geen antwoord op.

Niet omdat ze lastig zijn.
Maar omdat ze jarenlang hebben geleerd om over hun eigen signalen heen te leven.

Dan weet je niet wat je nodig hebt.
Je weet alleen wat je niet meer kunt dragen.

En dat is óók informatie.


Mijn man zit altijd aan me – wat wil dit je eigenlijk zeggen?

Deze zin gaat zelden alleen over aanraking.
Hij gaat over:

  • te weinig afstemming

  • te weinig vertraging

  • te weinig ruimte om te voelen wat er in jou leeft

Je lijf zegt: “Ik ben mezelf een beetje kwijtgeraakt in dit contact.”

En dat vraagt geen harder praten.
Geen betere uitleg.
Maar meer luisteren — eerst naar jezelf.


Verzachting in plaats van oplossen

Dit stuk gaat niet over grenzen stellen.
Niet over wie gelijk heeft.
Niet over wie moet veranderen.

Het gaat over begrijpen wat er onder jouw afkeer ligt,
zodat aanraking misschien ooit weer iets kan worden dat ontstaat
in plaats van iets dat verdragen moet worden.

En soms begint dat niet met een gesprek met hem,
maar met een eerlijke ontmoeting met jezelf.


Wil je hier verder in zakken, dan is dit geen “communicatietrucje”-thema.
Dit is werk op laagjes. Met delen. Met veiligheid. Met timing.
En precies dáár gebeurt verandering.