Selecteer een pagina

Je neemt je voor om niet te appen.
Je legt je telefoon weg.
Je loopt door je huis, gaat zitten, staat weer op.
Je voelt het trekken in je lijf. Alsof er iets mis is. Alsof er iets hersteld moet worden.
Alsof jij iets moet dóén.

Te verliefd zijn gebeurt zelden als je samen bent.
Het gebeurt ’s avonds.
Alleen.
In je hoofd.

Je herhaalt gesprekken. Leest appjes terug. Zoekt tussen de regels. Je voelt hoop, dan twijfel, dan paniek. Het ene moment weet je zeker dat het goed zit, het volgende moment stort alles in. Omdat hij nog niet heeft gereageerd. Omdat zij afstandelijk klonk. Omdat je iets voelt verschuiven en je niet weet wat.

Verliefdheid zou licht moeten zijn.
Maar dit is zwaar.
Dit is uitputtend.
Dit is jezelf kwijtraken.

Kun je te verliefd zijn?

Ja.
Niet omdat je te veel voelt — maar omdat je nergens meer staat.

Te verliefd zijn is wanneer jouw binnenwereld volledig afhankelijk wordt van de ander. Hun stemming wordt jouw richting. Hun nabijheid jouw rust. Hun afstand jouw noodtoestand. Je bent niet meer in relatie, je bent overgeleverd.

En dat voelt verschrikkelijk.
Omdat je het voelt gebeuren terwijl je het niet kunt stoppen.

Wat er écht gebeurt als je te verliefd bent

Je denkt misschien dat het om hen gaat. Om hoe bijzonder ze zijn. Hoe aantrekkelijk. Hoe anders dan de rest.

Maar kijk eerlijk.
Het moment dat jij het meest hunkert, is niet wanneer ze dichtbij zijn.
Het is wanneer ze weg bewegen. Emotioneel onbereikbaar worden. Stil vallen.

Dan gaat er iets aan in jou.
Iets ouds.
Iets hongerigs.

Je wordt alerter. Je past je aan. Je wordt behoeftiger, terwijl je jezelf daarvoor haat. Je voelt hoe je energie verschuift: jij wacht, zij bepalen. Jij hoopt, zij zijn in de lead. Je voelt je kleiner worden, afhankelijk, zwak — en tegelijk kun je niet loslaten.

Je bent geen geliefde meer.
Je bent een emotionele marionet.

En hoe harder je trekt aan het touwtje, hoe verder de ander achteruit lijkt te stappen.

Waarom juist deze persoon?

Vaak word je te verliefd op iemand die emotioneel niet echt beschikbaar is. Iemand die ruimte nodig heeft, afstand houdt, moeilijk te grijpen is. Vermijdend, misschien. Niet uit kwaadheid, maar uit eigen onveiligheid.

En jij?
Jij voelt alles. Jij stemt af. Jij merkt de kleinste verschuiving.
Angstig gehecht, noemen we dat. Maar zo voelt het niet van binnen.

Van binnen voelt het als: ik wil gewoon dichtbij zijn.
Als: zeg me dat ik oké ben.
Als: blijf alsjeblieft.

Jullie raken elkaar precies daar waar het pijn doet.
Afstand vergroot jouw honger.
Jouw honger vergroot zijn afstand.

En jij verliest jezelf.

De leegte waar niemand over praat

Als baby en kind had je niet alleen eten en een bed nodig. Je had iemand nodig die voelde wat jij voelde. Die bleef wanneer het spannend werd. Die je niet liet zwemmen in je eigen emoties.

Wanneer die afstemming er niet genoeg was, ontstaat er geen gat dat je kunt aanwijzen. Het is subtieler. Stillere leegte. Een gemis dat pas wakker wordt in intimiteit.

Gabor Maté zegt: verslaving gaat niet over de stof, maar over de pijn die wordt verdoofd. In verliefdheid is de stof de ander. Hun aandacht, hun bevestiging, hun liefde. Even voel je je heel. Even rustig. Even thuis.

Maar het zakt weg.
Altijd weer.

Jan Geurtz noemt het verslaving omdat je steeds meer nodig hebt, terwijl het je steeds minder geeft. En ondertussen raak je verder verwijderd van jezelf. Je autonomie lever je in, stukje bij beetje, in ruil voor de hoop dat de ander je zal redden van dat lege gevoel.

Maar dat gebeurt niet.
Het kan niet.

te verliefd

Waarom het vooral in je hoofd gebeurt

Te verliefd zijn is geen aaneenschakeling van gebeurtenissen. Het is een innerlijke storm. Gedachten die zich vastbijten. Scenario’s die zich blijven afspelen. Je weet rationeel dat je doorslaat — en toch voelt het levensecht.

Je houdt je in om niet te appen.
En daarna word je gek van het wachten.

De pijn zit niet alleen in het verlangen.
Maar in het verlies van jezelf terwijl je verlangt.

En nu?

De weg hieruit loopt niet via afstand nemen van liefde.
En ook niet via harder je best doen om “veiliger” over te komen.

De beweging gaat naar binnen.
Daar waar jij ooit geleerd hebt dat verbinding iets is wat je kunt verliezen.

Er leeft een jong deel in jou dat in paniek raakt wanneer nabijheid wankelt. Dat deel is niet zwak. Het is trouw. Het heeft je jarenlang overeind gehouden.

Maar het hoeft dit niet meer alleen te doen.

Wanneer jij langzaam leert om zélf de veilige basis te worden — om te blijven wanneer het spannend wordt, om je eigen emoties vast te houden in plaats van ze uit te besteden — verandert de dynamiek. Niet ineens. Niet spectaculair. Maar wezenlijk.

Je staat weer op beide benen.
Je voelt verlangen, maar je verdwijnt er niet meer in.
Je kunt liefhebben zonder jezelf op te geven.

Dat is geen truc.
Dat is thuiskomen.

Niet omdat er iets mis met je is — maar omdat je verlangt naar veiligheid.
Net als iedereen.

Soms begint die veiligheid precies hier.
In het besef dat je hier niet alleen doorheen hoeft.
Ik kan je helpen die veilige basis te vinden.
Zodat je jezelf niet verlaat, maar bij jezelf kan thuiskomen.

Meer lezen over dit (gerelateerde) onderwerpen?

Waarom word ik geghost?

Hoe kom ik in verbinding met mezelf en mijn partner, zonder mezelf te verliezen?

Gedachten bij verlatingsangst: waarom het zo’n pijn doet (en hoe het blijft terugkomen)