Selecteer een pagina

Ik lig op mijn yogamat. Mijn lichaam voelt stroef, zwaar, lomp.
Op het scherm beweegt een vrouw alsof haar lijf geen geschiedenis kent.
Zacht. Soepel. Zon op haar huid, zout in haar haar. Achter haar een zee die niet echt lijkt.

Ik voel het voordat ik het denk.

Ik ben niet goed genoeg.

Niet plotseling. Niet luid.
Maar alsof iemand een oude deur opendoet die nooit helemaal dicht was.

Zij beweegt.
Ik vergelijk.
En ergens in mij wordt iets wakker dat ik al heel lang ken.

Wat zeg je eigenlijk als je denkt: ik ben niet goed genoeg?

Ik kan dit niet. Niet zo als zij.
Wat ik ben, klopt niet.

Ik ben niet slank genoeg.
Niet succesvol genoeg.
Niet licht genoeg.

Maar als ik eerlijk ben — en hier begint het te snijden — gaat deze overtuiging veel verder terug dan hier in dit moment.

Hoe kan ik goed genoeg zijn als mijn eigen ouders me te veel vonden?
Hoe kan ik ontspannen in mijn lijf als ik ooit vooral op mijn hoede moest zijn?

Als degenen die het meest van je zouden moeten houden
je laten voelen dat wat jij bent…
te gevoelig,
te angstig,
te onzeker,
te dramatisch of te veel is?

Wat zeg je dan eigenlijk tegen een kind?

Je zegt: je moet anders worden om liefde te verdienen.

Dit is geen gedachte. Dit is een deel.

In IFS is ik ben niet goed genoeg geen overtuiging die je even kunt ombuigen.
Het is de overtuiging van een deel van jou.
Een oud deel.
Een verbannen kinddeel — een exile — dat ooit heeft geleerd:

Zoals ik ben, ben ik niet genoeg. 

Dit deel leeft niet in woorden.
Het leeft in het lichaam.

In het samentrekken van je borst.
De neiging om kleiner te worden.
In de schaamte die opkomt zodra je zichtbaar bent.

De functie van deze overtuiging

Dit deel is niet kapot.
Het is intelligent.

Het heeft een strategie ontwikkeld om te overleven.

Als ik maar mijn best doe.
Hard werk.
Zorg dat het huis schoon is.
Mijn to-do lijstjes afstreep.
Als ik maar bezig blijf.
En als ik, in godsnaam, maar controle houd.

Dan…
wordt er misschien van me gehouden.
Word ik misschien niet verlaten.
En dan hoeft niemand te zien hoe kwetsbaar dit eigenlijk is.

Ik ben niet goed genoeg is dus geen aanklacht.
Het is een poging tot bescherming.

ben niet goed genoeg gelukkig zijn omdat het moetWanneer dit deel het stuur overneemt

Er zijn momenten dat dit deel naast je staat.
En momenten dat het je hele binnenwereld vult.

Dan bén je niet iemand die denkt: ik ben niet goed genoeg.
Dan ben je niet goed genoeg.

En alles wordt bewijs.
Elke vergelijking een vonnis.
Elke fout bevestiging.

En ondertussen blijf je doorgaan.
Doen.
Presteren.
Rennen.

Niet om gelukkig te zijn.
Maar om niet te hoeven voelen.

De kelder in

Als we dit deel volgen — echt volgen — dan komen we niet bij zelfverbetering.
We komen in de kelder.

Daar zit het kind.
Alleen.
En al veel te lang.
Het licht is te fel zodra de deur opengaat.
Er zijn geen woorden.
Er is alleen angst.
Een rauwe, allesdoordringende kwetsbaarheid die snijdt.

Dit is waar veel mensen afhaken.
Omdat hier geen trucjes zijn.
Geen affirmaties.
Het is geen mindset.

Alleen voelen.

En hier begint heling

Heling begint niet met zeggen: je bent wél goed genoeg.

Heling begint wanneer deze pijn niet meer weggeduwd wordt.
Of beschaamd.
Wanneer dat kleine meisje voelt:

Kom maar.
Ik zie je.

Dit is de verschuiving van doen naar zijn.
En ja — die is eng.
Onwennig.

Maar dit is waar de open wond langzaam een litteken kan worden.

Het litteken blijft altijd.
Maar het bloeden stopt.

Ik ben niet goed genoeg — en ik kan erbij blijven

Ik heb deze overtuiging nog steeds.
Soms onverwacht.
Soms hard.

Maar hij verlamt me niet meer.
Omdat ik weet: dit is een deel van mij.
Niet wie ik ben.

En omdat dit deel nu niet meer alleen is.


Als dit iets in jou raakt

Misschien herken je dit wel.
Altijd sterk zijn.
Altijd doorgaan.
En voelen dat je tekortschiet, wat je ook doet.

In mijn individuele coaching werk ik met deze overtuiging vanuit IFS.
Niet om het gevoel weg te nemen.
Maar om het deel dat haar draagt eindelijk te herkennen.
Te omarmen.
Te laten ontspannen.

Zodat je kunt stoppen met rennen.
En kunt beginnen met zijn.

Kom maar.
Ik zie je.
Ik help je.
Je hoeft niet meer alleen. 

Plan een telefonische kennismaking en dan kijken we samen hoe ik je kan helpen

Meer van mij lezen over dit onderwerp?

De innerlijke leegte voelen, dat waar niemand over praat

Ik ben niet belangrijk