Ze liggen er weer.
Vieze sokken.
Half opgevouwen. In de snelheid uitgedaan.
Niet in de wasmand, maar er pal naast.

En als die sokken zouden kunnen praten zouden ze zeggen: vrouw, jij bent niet belangrijk.

Ik ben niet belangrijk, ik ben de huisslaaf en hij de prins

Het voelt of mijn partner vindt, wil, verwacht dat ik dan die gore sokken in de wasmand doe. Niet hij. Hij legt ze er namelijk naast.
Bijna alsof hij ze per ongeluk in de wasmand had gedaan, maar ze er toen gauw weer uit heeft gehaald. Met de gedachte: oh shit, dat doet mijn huisslaaf natuurlijk, dan heeft ze ook weer een klusje. Het voelt alsof hij zichzelf daarmee belangrijker maakt. Ik moet mijn plek kennen. Want hij is de (verwende) prins, ik het gewone personeel. Verbeeld je maar niets, vrouw.

De vieze sokken zeggen: hij waardeert je niet

Het is alsof die vieze sokken zachtjes maar dwingend fluisteren: zie je wel. Hij waardeert je niet. Hij neemt je niet serieus. Je bent niet belangrijk. En ik weet: dit gaat natuurlijk niet over vieze sokken, of over schone was. Het gaat nooit over sokken. Het gaat over wat er in mij geraakt wordt op het moment dat ik erover struikel.

Mijn alarmsysteem gaat af, ik word niet gezien

Mijn alerte deel is voortdurend aan het scannen of ik gezien wordt, of niet. En hier gaat mijn alarmsysteem af. Conclusie: ik word niet gezien. En, hoe stom ook, die vieze sokken naast de wasmand geven me dat gevoel. Bewijslast is het. Waarschijnlijk heeft het bij mij althans iets te maken met vrouw zijn. Minder belangrijk dan een man. Vaak als het gaat over huishoudelijke dingen voel ik dat. Alsof hij geen rekening met me houdt, omdat ik niet belangrijk ben. Als ik getriggerd word, is het eigenlijk bijna altijd die gedachte die als eerste komt: ik ben niet belangrijk, in zijn ogen. 

Ik ben niet belangrijk

Die gedachte komt als een steek. Een samentrekking. Als iets ouds dat onmiddellijk wakker schrikt.

Ik ben niet belangrijk.
Er wordt geen rekening met me gehouden.
Ik word niet serieus genomen.
Ik doe er niet toe.

En voordat ik dat echt kan voelen, staat mijn boosheid al klaar. Als een tijger, mijn vertrouwde beschermer. De tijger springt tussen mij en mijn partner. Messcherp, cynisch. Ik verhef mijn stem. Voel me sterk. Snel. On top en in controle. En ik weet: als ik boos ben, hoef ik dit niet te voelen. Mijn partner hoort boosheid. Hij ziet verwijt. En hij is zich niet bewust wat er gebeurt bij mij, begrijpt het niet.

Ik ben niet belangrijk

Hoe harder ik schreeuw, hoe meer hij verdedigt

Ik hoor mezelf zeggen dat het zo moeilijk niet kan zijn. En hij trekt zich terug. Of zucht. En daar gaan we weer. Het ziet eruit als twee volwassenen die ruziën over sokken. Maar daar gaat het niet over. Van buiten is het iets kleins, en de onnozelheid van het onderwerp maakt het onbegrip bij mijn partner alleen maar groter, en hoe verongelijkter mijn partner wordt, hoe harder de gedachte roept ‘ZIE JE WEL! JIJ BENT NIET BELANGRIJK!’

Het is een trigger

De gedachte ‘ik ben niet belangrijk’ is een waarschuwingssignaal. Dat zegt: hier zit pijn die gezien wil worden. Want mijn reactie is groter dan passend op het moment. Het is een trigger. Dus, wat zit hieronder verstopt? Wat vraagt mijn aandacht? Op het moment dat ik bereid ben hier naar te kijken, komt er bij mij bewustzijn op.

Onder boosheid zit iets verdriet, teleurstelling

Onder mijn boosheid zit een zachter deel. Jonger ook. Een deel dat helemaal niet boos wil zijn. Maar alleen maar wil voelen dat het ertoe doet. Wil voelen dat ik belangrijk ben. Hier kan ik me niet doorheen denken. Zolang ik vanuit boosheid reageer, blijft mijn partner zich verdedigen. En blijven we in cirkeltjes om het echte onderwerp heen draaien.

De oplossing zit niet in praktische regels over het huishouden. De oplossing zit in innerlijke veiligheid. Ook al klinkt onveiligheid hier nog zo ridicuul. Dat is wel precies wat het is.

Ik wil me gezien voelen, belangrijk voelen, om wie ik ben

Die sokken naast de wasmand reduceren mij tot huishoudster. En dat is wat me raakt. Ik voel me niet gezien door mijn gevoel voor humor, mijn vermogen om te luisteren, mijn sociale karakter. Ik voel me weggegumd. Ik realiseer me dat het een nog al heftige reactie is, op iets ogenschijnlijk futiels, maar zo werkt het nu eenmaal bij mensen. Die sokken herinneren me aan iets anders. Wanneer ik luister naar wat ik echt voel, waarom ik het zo belangrijk vind, van die sokken. Dan kom ik uit bij het verlangen om me gezien te voelen. In mijn sexy vrouw-zijn, in mijn vaardigheden en kwaliteiten. Als ik me hier niet regelmatig in bevestigd voel, wordt mijn gemis steeds groter. En die sokken geven me dan net dat duwtje.

Behoeftes moeten gehoord worden

Er is iets dat ongemerkt oploopt, mijn verlangens, behoeftes moeten gehoord worden. Gebeurt dat niet, of te weinig, dan word ik sneller geraakt. Dan voel ik het sneller. En zolang ik en mijn partner de emotionele onderstroom negeren, blijft het patroon in stand. Slijt het dieper, veroorzaakt het nieuwe kwetsuren. De weg hieruit is spreken voor de gevoelens, voor de verlangens, voor de stillere stemmen in mij. Want op een bepaald moment kan ik die zelf ook niet meer horen omdat de verwijdering te groot is.

Je hebt elke keer dezelfde ruzie

De Gottmans hebben ooit onderzocht dat 69% van de ruzies over hetzelfde gaan. Je hebt dus meestal dezelfde ruzie. Een ruzie zonder oplossing. Zonder uitkomst. Beter kun je beginnen met luisteren. Ik, in dit voorbeeld naar mezelf. Naar mij onderliggende behoefte, verlangen. En dan is het zaak dat ik dit deel met mijn partner, niet op het moment dat de gedachte dat ik niet belangrijk me geheel overneemt, maar daarna, wanneer ik weet dat het niet over de sokken gaat. Wanneer ik zelf kan horen en begrijpen wat er in me gebeurt en ook in staat ben te luisteren wat het er gebeurt met mijn partner als ik reageer zoals ik doe.

Wat gebeurt er in de emotionele onderstroom?

Waarschijnlijk los je de praktische huishoudelijke problemen niet op. Misschien wel nooit. Maar in de liefde gaat het niet over oplossen van problemen zoals je wiskundige formules oplost. In de liefde is het belangrijk te voelen wat er in de emotionele onderstroom gebeurt. Wat verlang je? Wat zijn jouw behoeftes? Wat mis je? Wat is voor jou belangrijk? En ik het mogelijk om dit te delen met je partner? Niet zodat je partner je kan geven wat je nodig hebt, omdat jij erom vraagt. Delen is helen. Uitspreken is verbinden. Luisteren geeft veiligheid.

Zo verbind je weer met elkaar

Als ik mijn verlangen kan uitspreken, dat ik me niet gezien voel de laatste tijd, dat het wel heel veel to-do is en weinig verbinding, weinig lol, weinig fysieke en emotionele intimiteit. Dan zou ik erachter komen dat mijn partner mijn gevoelens waarschijnlijk deelt. Als we elkaar kunnen horen, zonder beschuldigingen, maar vanuit wat we wél willen (en wat niet), dan ontstaan er mogelijkheden. En als mijn partner dan naar me kijkt, en me hoort, dan weet ik dat ik me op dat moment gezien voel. En dan voel ik dat ik wel degelijk belangrijk ben.

Als jij dit herkent — die gedachte ik ben niet belangrijk — dan is er niets mis met jou. Echt niet. Je systeem doet precies wat het ooit heeft moeten doen om te overleven. 
Maar je kan hieruit komen. Dit patroon is te begrijpen. Te ontrafelen, te helen. Je hoeft dit niet te accepteren.

Dit kan anders en ik kan je helpen

Geen quick fix. Of als een malle manifesteren en vooral maar positief denken.
Jij bent niet kapot, of nu eenmaal zo. En ik ga je niet ‘beter maken’.

👉 Voel je dat je hier niet bij wilt blijven?
👉 Wil je begrijpen waarom jij steeds in dit patroon belandt — en hoe het anders kan?

Jij bent belangrijk.
En dat ben je altijd al geweest.

 

Meer lezen van mij over dit onderwerp?

Ik voel me afgewezen en word kritisch

Ik ben niet goed genoeg, dus ik moet beter mijn best doen

Waarom gedraag ik me als moeder bij mijn partner (en waarom stoppen zo moeilijk is)