Kun jij ontspannen als alles af is? Maar komt dat moment eigenlijk nooit? Er is altijd nog iets wat moet. Een mail. Een taak. Een probleem dat opgelost moet worden. Alsof je pas mag stoppen wanneer alles op orde is. En precies daar zit vaak het probleem.

Rennen om te overleven

Thich Nhat Hanh schreef er prachtig over. Over hoe wij als mensen altijd maar rennen. Niet alleen wij — onze ouders deden het ook. En hun ouders. En hun ouders weer daarvoor. Rennen om te overleven. Rennen om veilig te zijn. Rennen om het goed te doen. En nu rennen wij nog steeds. Maar niet meer naar eten of veiligheid. We rennen naar succes. Naar erkenning. Naar rust die ergens in de toekomst op ons zou (kunnen) wachten.

Als dit project af is.
Wanneer de kinderen groot zijn.
Als ik mezelf op orde heb.

Maar daar — in die toekomst — komen we zelden echt aan. Want steeds is het alsof iemand die finishlijn opschuift. Een cliënt, die regelmatig schommelde in haar gewicht, zei ooit: ‘ik ben altijd 2 kilo te zwaar.’
Het lukte nooit haar streefgewicht te bereiken, omdat haar streefgewicht steeds veranderde.

Waarom stoppen zo moeilijk voelt

Veel mensen denken dat ze niet kunnen ontspannen. Maar vaak ligt het probleem ergens anders. Het probleem is dat stoppen moeilijk voelt. Doen geeft namelijk iets wat prettig voelt: controle. Zolang je bezig bent, hoef je niet te stoppen. Blijf je in beweging. Er is houvast. En zolang je bezig bent, hoef je niet stil te staan.

 

Zodra het stil wordt

Want zodra het stil wordt, ontstaat er ruimte. En ruimte is spannend. Niet omdat er direct iets misgaat. Maar omdat er ineens niets meer is om je aandacht aan op te hangen. Geen taak. Of doel. Geen probleem dat opgelost moet worden. Alleen jij. Veel mensen ontdekken dan hoe sterk de neiging is om zichzelf weer bezig te houden. Even op je telefoon kijken. Nog snel iets opruimen. Een podcast aanzetten. Toch nog even die mail beantwoorden. Alsof stilstaan moeilijker voelt dan doorgaan.

 

Het geluk dat steeds opschuift

We denken vaak dat geluk zit in méér. Meer doen, nog meer leren. Meer bereiken. Maar hoe harder we rennen, hoe verder ons einddoel lijkt weg te bewegen. Alsof geluk iets is dat net buiten bereik ligt. En misschien is dat ook zo. Want als je voortdurend onderweg bent naar een betere versie van jezelf, wordt het lastig aanwezig te zijn bij degene die je nu al bent.

 

Stoppen met rennen

Misschien ben je niet altijd bezig omdat je zo ambitieus bent. Misschien ben je niet altijd ‘aan’ omdat je van hard werken houdt. Misschien ben je vooral vergeten hoe je moet stoppen. Hoe je even niets hoeft op te lossen. Niets hoeft te verbeteren. Nergens hoeft te komen. Dat klinkt simpel. Maar voor veel mensen is het verrassend moeilijk. Juist omdat we zo gewend zijn geraakt aan doen. Aan vooruit bewegen. Aan zoeken naar de volgende stap.

 

Thuiskomen bij jezelf

Mijn uitnodiging voor jou is niet om nóg beter te ontspannen. Niet om van rust een nieuw project te maken. Maar om af en toe stil te staan. Om op te merken wat er gebeurt als je even niets doet. Niet om jezelf te veranderen. Of te fixen. Maar om weer contact te maken met jezelf. Dat is vaak precies het punt waar mensen vastlopen. En precies het punt waar we in coaching of therapie samen naar kijken. Dus niet nog harder werken. Maar door te onderzoeken waarom stoppen zo moeilijk voelt. En misschien ontdek je dan dat je niet nog ergens hoeft te komen.

Dat je er al bent.

 

Misschien herken je jezelf in dit verhaal. Misschien merk je dat je voortdurend bezig bent, maar eigenlijk niet goed weet hoe je moet stoppen. Dat is vaak precies het punt waarop mensen bij mij terechtkomen. Niet omdat ze nóg een oplossing nodig hebben. Maar omdat ze nieuwsgierig worden naar wat er gebeurt als ze even niet rennen.

Wil je dat onderzoeken? Dan ben je welkom.

Ik kan niet bij mijn gevoel komen