“’s Nachts knars ik op mijn kiezen, mijn nek zit helemaal vast en ook mijn bekkenbodemspier is voortdurend aangespannen. Ik zit gewoon letterlijk dicht.” Ze zit tegenover me op de bank. We noemen haar Noor, maar eigenlijk heet ze anders. Ze slaapt slecht. Haar lichaam voelt gespannen. Ze probeert wel te ontspannen, maar het lukt niet. Alsof ze zich onbewust schrap zet. Tijdens de seks merkt ze dat ze afgeleid raakt. Dan maakt ze in haar hoofd boodschappenlijstjes. Denkt ze aan werk. Aan de was. Soms vraagt ze zich af hoe lang het nog gaat duren voordat haar partner klaarkomt. “Dan denk ik achteraf: waar was ik eigenlijk?” Ze kijkt beschaamd naar haar handen. “Dat klinkt echt erg hè?”
Ik schud mijn hoofd. “Nee,” zeg ik. “Het klinkt alsof jouw lichaam ergens heel hard aan het werk is.”

Je lichaam communiceert anders dan je hoofd

Noor is natuurlijk niet de enige client in mijn praktijk die lichamelijke klachten ervaart. Veel voorkomende klachten zijn:

  • gespannen kaak
  • tandenknarsen
  • stijve nek
  • vastzittende schouders
  • bekkenbodemklachten
  • pijn tijdens seks
  • buikklachten
  • hoofdpijn

En de meeste mensen hebben al van alles geprobeerd. Massage. Yoga. Fysiotherapie. Ademhalingsoefeningen. Maar de spanning blijft. Stel je nu eens voor dat deze klachten geen somatische oorzaak hebben. Dus wat als je lichaam een manier zoekt om te communiceren? Wat als je lichaam zich schrap zet omdat het ergens geen veiligheid voelt? Wat als een bekkenbodem die blokkeert niet tegen je werkt, maar juist iets probeert te beschermen? Misschien is de vraag niet alleen: waarom is mijn lichaam zo gespannen? Misschien is de vraag ook: wat probeert mijn lichaam mij te vertellen?

“Alsof ik me voortdurend schrap zet”

Ik vraag Noor wat er gebeurt als ze met haar aandacht naar haar kaak gaat. Ze sluit haar ogen. “Het voelt strak.” Even blijft het stil. “Weerstand…”
“Waar voel je weerstand tegen?” Ik voel meteen dat we dichterbij komen.
“Alsof mijn lichaam voortdurend tegendruk geeft. Alsof ik iets buiten moet houden.” Ze legt haar hand op haar kaak terwijl ze praat.
“Wat zou er gebeuren als je lichaam dat niet meer deed?” vraag ik.
Ze antwoordt niet meteen. Dan zegt ze zacht: “Dan gaan mensen over mijn grenzen.”

Spanning in je lichaam kan ook over grenzen gaan

Noor vertelt dat ze zich vaak verantwoordelijk voelt voor anderen. Dat ze veel rekening houdt met de mensen om haar heen, dat ze doorgaat terwijl ze moe is. Maar dat ze eigenlijk niet zo veel anders kan.  Tijdens de sessies beginnen we langzaam te onderzoeken wat haar lichaam probeert te bewaken. Door anders te luisteren. Dus niet alleen naar haar gedachten, maar ook naar de fysieke sensaties. De spanning in haar kaak. Haar nek, haar schouders. En haar bekken.

“Het voelt alsof mijn lichaam voortdurend op wacht staat,” zegt ze op een dag. “Alsof het denkt dat het alles zelf moet beschermen.”

Waarom emotionele overbelasting zich lichamelijk kan vastzetten

Veel mensen leven vaak door zolang de stress alleen in hun hoofd zit. Maar als je er niets aan doet, dan gaat uiteindelijke emotionele overbelasting ook in je lichaam zitten. Dan zet je lijf zich vast. Krijg je hoofdpijn, maagklachten, rugpijn, of zoals Noor een chronisch stijve nek, slecht slapen, een opgefokt gevoel. Een bekkenbodem die verkrampt. Een kaak die zich vastzet. Schouders die voortdurend spanning vasthouden. Een lichaam dat zich schrap zet zonder dat je precies begrijpt waarom. Alsof iets in jou voortdurend probeert te beschermen, tegen te houden of op afstand te houden. Zeker wanneer je lang over je eigen grenzen heen bent gegaan zonder dat echt door te hebben.

Niet expres. Maar langzaam. Subtiel. Uit loyaliteit. Omdat je de verbinding niet kwijt wilt. De meeste mensen leren al vroeg dat het noodzakelijk is authenticiteit in te leveren om verbonden te zijn. Waardoor ze eigen grenzen niet meer herkennen, niet meer voelen en dus gemakkelijk over gaan. En op een gegeven moment begint het lichaam daar steeds harder op te reageren.

“Ik denk dat mijn lichaam me niet vertrouwt”

Halverwege het traject zegt Noor iets wat me raakt. “Ik denk dat mijn lichaam me niet vertrouwt.”
Ik vraag haar waarom ze dat denkt. “Omdat ik steeds doorga terwijl iets in mij eigenlijk al dichtgaat.” Ze begint te huilen, maar zacht. Bijna verbaasd. “Ik ga steeds over mijn eigen grens heen en merk het pas achteraf.”
We blijven stil. Niet om haar te repareren. Alleen om te luisteren naar wat haar lichaam blijkbaar al langer probeert duidelijk te maken. Dan zegt ze: “Ik denk dat ik mezelf heb geleerd dat ik mezelf moet verlaten om verbonden te blijven.”
De ruimte valt stil. Want ineens begrijpt ze haar spanning anders. Niet als zwakte. Of aanstellerij. Of als een lichaam dat kapot is. Maar als een beschermingssysteem.

Mijn lichaam zegt nee

Aan het einde van een sessie zit Noor stil tegenover me. Rustiger dan toen ze binnenkwam. Niet opgelost. Niet ineens ontspannen. Maar zachter. Meer aanwezig ook. Ze kijkt naar de grond terwijl ze zegt: “Ik denk dat mijn lichaam al heel lang iets probeert te zeggen wat ik niet wilde horen.”
Ik zeg niets.
Ze haalt diep adem. Dan zegt ze: “Ik denk dat ik niet meer verder kan in deze relatie.”
En zelfs voordat haar hoofd het helemaal begrijpt, zie ik haar schouders zakken. Alsof haar lichaam zegt: “Eindelijk.”

Voor mij is het verhaal van Noor pijnlijk herkenbaar. En ik zie mensen zoals Noor iedere dag in mijn praktijk. Mensen die denken dat ze gewoon beter moeten ontspannen. Minder moeten zeuren of beter hun best moeten doen. Goedbedoelde adviezen krijgen van familie of vrienden: ‘Neem lekker een massage. Ga eens een weekendje weg!’ Of ze krijgen ook nog de schuld: ‘Je moet gewoon niet zo stressen. Niet zo druk maken.’ 

En ondertussen is het lichaam steeds harder aan het schreeuwen: via slapeloosheid, via spanning. Door letterlijk dicht te gaan, af te sluiten. Of via pijn. Via een lijf dat niet meer mee wil. Omdat ze zichzelf ergens onderweg zijn kwijtgeraakt. Omdat niemand ziet dat het echt niet meer gaat en vooral dat ze zelf denken dat ze niet zo moeten zeuren. En nog maar even op die kiezen moeten bijten, terwijl het glazuur er al af is. En eerlijk? Dat hoeft niet zo te blijven.

Ik zie vaak hoe lichamen langzaam weer zachter worden wanneer mensen leren luisteren naar zichzelf. Wanneer grenzen voelbaar mogen worden. Wanneer iemand niet meer voortdurend over zichzelf heen hoeft om verbonden te blijven. Dan hoeft een lichaam niet meer zo hard te vechten. Dan komt er weer ruimte. Adem. Beweging. Leven.

Stuur me een bericht als je wil onderzoeken wat ik voor jou zou kunnen doen.