Hij zit tegenover me, zoekend naar zijn vraag. Hij kucht. ‘Mijn vriendin dacht dat het wel handig was als ik eerst met iemand ging praten.’ Ik knik. Het lijkt alsof hij zich een beetje schaamt. ‘En jij, wat vind jij?’ vraag ik. Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik weet het niet, ik voel me vooral heel ongemakkelijk nu.’

Hij zit tegenover me alsof hij niet wist wat hij had moeten leren voor dit tentamen. Alsof hij alle woorden precies goed moet zeggen, alles duidelijk moet uitleggen. Terwijl hij eigenlijk meer vragen heeft dan antwoorden. ‘Bij ons thuis werd er eigenlijk nooit over gevoelens gepraat. Ik heb het nooit geleerd,’ zegt hij, alsof het zijn schuld is.

Het is niet alleen in zijn relatie een probleem. Maar ook op zijn werk. ‘Ik hoor dat we een keuze maken, als team, maar ik voel aan alles dat ik het er helemaal niet mee eens ben. Het lijkt wel alsof ik een stomp in mijn maag krijg, ik wil wel wat zeggen, maar ik doe het gewoon niet.’ 

jezelf niet durven uiten te slim

Hij is bang te zeggen wat hij denkt

Hij schraapt zijn keel, kijkt naar beneden, schudt lichtjes – bijna onmerkbaar – zijn hoofd. ‘Ik begrijp er zelf eigenlijk ook helemaal niets van. Echt niet.’ Maar hij voelt het wel. In zijn lichaam. Op zijn borst. Bijna alsof zijn stembanden letterlijk worden afgeknepen. ‘Wat denk je dan, op dat moment?’ ‘Ja, ik merk eigenlijk twee dingen, ik krijg een rooie kop, ik voel een soort energie komen, maar het is net of ik tegelijkertijd een stem in mijn hoofd heb die roept ‘zeg het niet, hou je mond gewoon.’

Ik knik, glimlach naar hem. Het lijkt alsof hij mijn glimlach een beetje misplaatst vindt. ‘Ik snap je wel. Je hebt een deel dat schreeuwt: wat een belachelijk plan en een ander deel dat zegt: hou je mond.’ ‘Ja!’ roept hij terwijl hij op het puntje van de bank gaat zitten. ‘Dat is het precies.’

‘Dat deel dat vindt dat je je mond moet houden voel je op je borst en dat deel dat wil spreken?’

‘Ja, dat voel ik dus ook in mijn bovenlijf maar dat is meer energie en activatie, in mijn schouders, of dat deel me letterlijk naar voren duwt.’

Ik knik.

‘En het deel dat je naar voren duwt wil dat je je uitspreekt en het deel op je borst wil dat je je mond houdt.

‘Wat vind je van dat deel in je borst?’

‘Zwak natuurlijk.’

‘Het klinkt alsof het een soort interne worsteling is, binnen in je.’

‘Zo voelt het ook.’

‘Waar ben je bang voor, dat er kan gebeuren als je je uitspreekt?’

‘Dat iedereen me egocentrisch vindt.’

‘En wat kan er dan gebeuren?’

‘Ja, dan vinden mensen het onprettig om met mij samen te werken.’

‘En dan?’

‘Tja, weet ik veel.’

‘Wat zou er kunnen gebeuren als mensen niet met je samen willen werken, wat komt er als eerste in je op?’

‘Ja, het slaat helemaal nergens op…’

‘Maakt niet uit, zeg maar gewoon wat er in je opkomt.’

‘Ja, als niemand met me samen wil werken, dan kan ik niet meer meewerken met projecten. En als ik niet meer mee kan werken met projecten dan heb ik geen waarde meer als projectleider en dan word ik uiteindelijk natuurlijk gewoon ontslagen.’ Hij kijkt me met grote ogen aan. ‘Jezus, ja, daar ben ik echt bang voor.’

‘Dus als je je uitspreekt, het oneens bent met je collega’s, kun je ontslagen worden. Dat lijkt me een goede reden om je mond te houden.’

‘Ja…’

‘Heb je dat eerder gevoeld, dat je je niet kon uitspreken omdat er anders consequenties waren?’

Hij blijft me aankijken met grote ogen, hij knippert niet, slikt en ik zie dat zijn ogen wat vochtiger worden ‘Ja.’

‘Oké, wil je daar iets over vertellen?’

‘Mijn moeder en mijn zus hadden een soort van symbiotische relatie en het voelde alsof ik daar nooit bij hoorde, dus ik zei nooit wat ik wilde eten, ik zei nooit wat ik wilde doen, waar ik naar op vakantie wilde, ja, dat heb ik dus één keer gedaan en toen zei mijn moeder: ‘Als je zo graag naar Engeland op vakantie wil, dan ga je maar aan je vader vragen of je met hem mee mag, terwijl mijn vader helemaal niet met mij op vakantie wilde, want hij ging op vakantie met zijn nieuwe gezin. Dus als ik naar Engeland wilde, dan hoefde ik niet mee op vakantie. Het slaat nergens op, maar dat maakte toen zo’n indruk op me, dat ik dacht ik zeg gewoon niet wat ik graag wil, dan krijg ik ook geen ruzie.’

‘En dan hoor je bij het gezin.’

Hij knikt, slikt.

‘En bij je vriendin, waar ben je bij haar bang voor?’

‘Eigenlijk precies hetzelfde, dat ze bij me weg gaat als ik zeg wat ik vind.’

‘En dan?’

‘Dan ben ik alleen.’

We zeggen allebei even niets.

Origineel geschreven op 1 januari 2026, blog herschreven op 17 augustus 2026

Meer van mij lezen over dit thema?

Altijd sterk moeten zijn en geen emoties voelen

Waarom heb je voortdurend bevestiging van anderen nodig: leven met twijfel aan jezelf