Ik zat in de auto.
Handen om het stuur. Radio aan. Groen licht.
Mijn hart sloeg even over.
Alsof mijn lijf een fractie later aankwam dan ikzelf.
Ik ademde dieper in.
Schouders los.

Thuis aan tafel zei mijn man iets.
Een gewone zin.
Mijn stem was er sneller dan mijn hoofd.
Scherp. Kort. Te fel.
De kinderen keken op.
Ik probeerde te lachen.
“Sorry, mama is moe.”

Daarna stond ik bij de gootsteen.
Mijn armen zwaar. Mijn hoofd vol.
Ik bleef staan, met mijn handen op het aanrecht, alsof ik anders zou omvallen.

Een collega vroeg: “Hoe gaat het met je?”
Mijn keel kneep dicht.
Warmte schoot naar mijn wangen.
Mijn ogen begonnen te branden.
Er kwam geluid uit me dat ik niet herkende.
Mijn borst trok samen.
Mijn handen trilden.
Daarna werd het stil.
En in die stilte merkte ik hoe smal mijn wereld was geworden.

Alles wat moest paste er nog net in. Ikzelf niet meer.

Ik was moe op een manier die slapen niet oploste.
Leeg, maar tegelijk opgejaagd.
Alsof ik voortdurend iets probeerde bij te houden wat altijd te snel ging.

En toch ging ik door.
Er zat iets in mij dat bleef staan.
Dat regelde. Volhield.
Verantwoordelijkheid als vanzelfsprekendheid.

En daaronder zat iets anders.
Zwaar. Uitgeput. En eenzaam.
Met emoties die nergens heen konden.

ben ik overspannen maar wel leuke dingen doen

Misschien herken je dit. Dat je nog functioneert, maar jezelf nauwelijks voelt. Doorgaan terwijl iets in jou al lang is afgehaakt. Dat je denkt: ik kan nog wel — en tegelijk weet dat je te ver bent gegaan. Dit is vaak hoe overspannen en gewoon maar doorgaan eruitziet. Niet instorten. Maar blijven bewegen, terwijl het systeem al op rood staat.

Wat hier echt gebeurt

Overspanning is zelden een gebrek aan ontspanning. Het is een structureel gebrek aan ruimte. Er is meestal één deel in jou dat alles draagt. Dat verantwoordelijk is. Betrouwbaar. Loyaal. Dat geen pauze kent. En er zijn andere delen die steeds minder plek krijgen. Zolang dat doorgaande deel alleen rijdt, blijf je functioneren. Totdat je lichaam zich ermee gaat bemoeien. Niet om je tegen te werken. Maar omdat dit tempo niet leefbaar is.

Niet verbeteren, niet oplossen

Maar één moment vertragen en jezelf dit afvragen:

Wat in mij krijgt al heel lang geen ruimte — en wat kost dat me?

Geen antwoord forceren.
Alleen voelen waar je lichaam reageert.
Je hoeft jezelf niet te fixen er is niets kapot.
Misschien hoef je alleen te stoppen met jezelf voorbij te lopen.
En rustig te gaan voelen wat je lichaam je vertelt.

Zorg je voor iedereen, behalve voor jezelf? Waarom zelfzorg zo moeilijk is

Ben jij ook verslaafd aan doen, aan denken, verslaafd aan controle?