Waarom voel ik niets? Veel mensen die zoeken op “waarom voel ik niets” denken dat het antwoord simpel is: omdat het ze niets kan schelen. Omdat ze nu eenmaal zo zijn. Wat harder, of oppervlakkiger. Maar dat is niet waar. Meestal is het juist tegenovergesteld. En dit veroorzaakt vaak precies de misverstanden waar relaties op vastlopen. Als er iets geraakt is in je – en dat hebben we meestal niet door omdat dat zo snel gaat – check je uit. Tijdelijk. Je merkt hier heel weinig van. Dit gebeurt gewoon.
Ik voel niets – dit is de trigger
Het is een mentaal uitchecken, terwijl je fysiek nog aanwezig bent in de situatie. Misschien zelfs wel semi actief. En dan roept de ander ‘hallo?! Ben je er nog?’ En dan hoor je jezelf zeggen: ‘Jahoor, ik zit gewoon hier.’ Vaak gebeurt dit precies op het moment waarop de ander te dichtbij komt. Een zin raakt een oude wond. Zo razendsnel dat je het nauwelijks merkt. Een blik opent een rauwe herinnering. Spanning stapelt zich op zonder dat je daar woorden voor hebt. Dit gebeurt niet in je hoofd, maar in je lijf.
Het probleem is niet dat je niets voelt
Dit uitchecken wordt ook wel dissociatie genoemd. Ik bedoel het hier lichtjes, zo achteloos dat je het vaak niet eens doorhebt. En daarom nauwelijks waarneembaar. Ik bedoel hier niet de zware vorm die veel mensen kennen uit films of de psychiatrie. Dat je niets voelt betekent niet dat het je niets doet. Juist wanneer iets belangrijk voor je is, kan je systeem tijdelijk afstand creëren tot wat je voelt. En ook al heb je het zelf niet door, de ander heeft het wel door en reageert op jouw afwezigheid, onverschilligheid, op wat er emotieloos en afgevlakt uitziet. Jij denkt ‘ik voel gewoon niets’. En de ander voelt heel veel: ‘hoe kan hij nou niets voelen?!’ ‘Het interesseert haar helemaal niets.’ ‘Ik ben blijkbaar niet belangrijk genoeg.’ ‘Hij houdt niet van me.’ ‘Zij hoort me niet’.
De stilte onder de leegte
Onder die gevoelloosheid ligt vaak juist datgene wat je niet voelt. Verdriet. Angst. Afwijzing. Schaamte. Boosheid. Of simpelweg het besef hoeveel iets voor je betekent. Je lijf beweegt minder vrij dan het zou kunnen. Van buiten lijkt je rustig, maar diep vanbinnen staat beweging op pauze. In een freeze. Omdat het levensgevaarlijk voelt om in beweging te komen. Je verlamt. Soms zelfs letterlijk. Daardoor lijkt het alsof het je niets kan schelen. Maar onder die gevoelloosheid zit vaak juist datgene wat je niet voelt.
Hoe dit patroon ontstaat
Wanneer emoties herhaaldelijk te intens, te snel of te eenzaam werden, ontwikkelt het lichaam een strategie om overeind te blijven. Afvlakken wordt een manier om draaglijkheid te creëren. Afstand nemen wordt een vorm van bescherming. Misschien moest je jong al sterk zijn. Of misschien was er weinig ruimte voor boosheid, verdriet of afhankelijkheid. En was doorgaan de enige optie. Je systeem heeft daarvan geleerd: minder voelen betekent meer controle, en dus meer veiligheid. En het belangrijkste: een grotere kans op overleving. Want emotie kan voelen als zwak. Dat patroon kan jarenlang blijven bestaan, zelfs wanneer de omstandigheden inmiddels al lang veranderd zijn.
Ik voel niets, maar het leeft nog in mijn lijf
Het probleem is niet dat je gevoel weg is, je hebt alleen tijdelijk geen toegang. Dat je numb bent. Afgevlakt, emotieloos, koud. Jazeker, je kunt gevoelens (met succes) wegduwen, onderdrukken. Inpakken met een andere emotie die minder kwetsbaar voelt. De emotie verschuift dan. Het nestelt zich in spanning, in terughoudendheid, in een lichaam dat op de rem staat. Maar ondertussen is het niet weg.
Jouw systeem werkt (onbewust) hard om de emoties, de herinneringen weg te duwen, of onherkenbaar te maken, maar je lichaam is wel heel precies. Je lichaam onthoudt alles. En meestal voelt de ander het ook, maar krijgt daar geen bevestiging van. Want jij zegt: ‘ik vind het wel belangrijk.’ Misschien raak je ook wel gefrustreerd hoe erop je gereageerd wordt. Omdat je woorden niet overeenkomen met je lichaamstaal en dat zorgt voor conflicten. Jij zegt: ‘Het maakt me echt niet uit.’ Maar ondertussen staat je lichaam strak van de spanning. De ander vertrouwt je niet, twijfelt aan je oprechtheid want zij ziet iets anders dan dat ze hoort. En hij heeft het gevoel dat hij knettergek is. En de kans dat jouw gesprekspartner zich vervolgens emotioneel ook afsluit is vrij groot.
De eerste stap is vaak niet meer voelen. De eerste stap is nieuwsgierig worden. Niet direct geloven dat het je niets doet, maar onderzoeken wat er gebeurt vlak voordat je uitcheckt. En misschien gebeurt dat al door dit blogje te lezen.
Hoe gevoel weer kan terugkomen
Verandering begint niet in het hoofd. Verandering begint in het lichaam. Als je dissocieert en uitcheckt – maar als het ondertussen wel veilig genoeg is om aanwezig te blijven – dan is het mogelijk jezelf terug te krijgen in het moment. Door te zakken in je lichaam. Het helpt om je zintuigen te gebruiken, bijvoorbeeld: door je voeten in de vloer te duwen, in je armen te knijpen, door warmte of druk te ervaren. Je zintuigen activeren, bewust. Kleine signalen geven je zenuwstelsel nieuwe informatie: dit moment is minder bedreigend dan toen. Stap voor stap ontstaat er meer vertrouwen. Eerst als subtiele tintelingen. Daarna als zachtere emoties. Vervolgens als duidelijker voelbare reacties. Het tempo blijft traag, omdat veiligheid groeit in kleine doses. Dit kost tijd, aandacht. Geduld.
Dit is een toestand, geen identiteit
Niets voelen, uitchecken kan op gegeven moment gaan voelen alsof het bij je hoort. Alsof het iets zegt over wie je bent. Alsof je afstandelijkheid bent, of oppervlakkig. En alsof intensiteit niet meer voor jou is weggelegd. In werkelijkheid gaat het om een staat van je zenuwstelsel — een toestand die ooit functioneel was en die nu mag ontspannen. Wanneer je lichaam leert ontladen en reguleren, ontstaat er opnieuw toegang tot gevoel. Niet als een overweldigende vloed, maar als een geleidelijke terugkeer van nuance, kleur en levendigheid. Terugkomen begint met kleine signalen van je lichaam weer opmerken, zodat je langzaam weer aanwezig kunt zijn. Maar ook al voel je nu misschien vaak helemaal niets: jij bent net zo gevoelig en net zo goed in staat om te voelen als ieder ander. Je bent niet kapot en als je wil is hier wat aan te doen.
Ik voel niets — en daar zit beweging onder
Die gevoelloosheid is geen vijand. Maar een intelligente beschermlaag met een geschiedenis. Met de juiste begeleiding kan je centrale zenuwstelsel leren om minder vast te houden, meer toe te laten en spanning stukje bij beetje los te laten. Daardoor ontstaat ruimte voor emotie die draaglijk voelt, voor betrokkenheid die veilig blijft, voor leven dat weer diepte krijgt.
En het belangrijkste nog, er ontstaat ruimte om helemaal jezelf te kunnen zijn. Want niemand is emotieloos, of vlak. Je hebt gewoon heel erg goed geleerd je emoties te verstoppen en hiermee ook delen van jezelf. Je kunt dus ook leren om je thuis te gaan voelen bij jezelf, los van de situatie waarin je zit. Met alles wat er is, in jou. En reken maar dat dat de moeite waard is.
Waarom voel ik niets tijdens een ruzie of discussie?
Dat je niets voelt tijdens een ruzie, conflict of discussie betekent niet automatisch dat het je niets doet. Juist wanneer iets belangrijk voor je is, kan je systeem tijdelijk afstand creëren tot wat je voelt. Je checkt als het ware uit om overweldiging te voorkomen. Van buiten lijkt dat soms onverschilligheid, maar van binnen gebeurt er vaak veel meer dan je doorhebt.
Betekent niets voelen dat het me niets kan schelen?
Nee. Veel mensen denken dat gevoelloosheid betekent dat iets onbelangrijk voor ze is. In werkelijkheid is vaak het tegenovergestelde waar. Gevoelens kunnen tijdelijk worden afgevlakt wanneer een situatie te spannend, pijnlijk of emotioneel geladen voelt. Dat je niets voelt, betekent niet dat er niets is.
Is dat niet voelen hetzelfde als dissociatie?
Soms wel. Dissociatie hoeft niet altijd ernstig of opvallend te zijn. Veel mensen kennen lichte vormen van dissociatie: even uitchecken, afgevlakt raken, moeite hebben om te voelen wat er in je omgaat of achteraf niet precies meer weten wat er gezegd is. Het is een beschermingsreactie van je zenuwstelsel.
Hoe kan ik weer meer gaan voelen?
Meer voelen begint meestal niet met harder zoeken naar emoties. Het begint met veiligheid. Door aandacht te geven aan je lichaam, je ademhaling, je zintuigen en wat er vlak vóór het uitchecken gebeurt. Wanneer je zenuwstelsel zich veiliger voelt, ontstaat er vaak vanzelf weer meer toegang tot gevoelens. Het is niet eenvoudig om dit zelf aan te pakken. Een therapeut of coach kan je hierbij helpen.
