Selecteer een pagina

Ik voel me te veel

Er zijn mensen die al jong leren dat hun aanwezigheid iets doet met de ruimte.

Dat ze harder binnenkomen dan bedoeld.
Dat hun enthousiasme te groot is.
Hun verdriet te intens.
Hun verlangen te zichtbaar.

Ze horen: doe normaal.
Stel je niet zo aan.

Je bent wel heel heftig.

En dus gebeurt er iets.

Hand op de rem

Je voelt iets in jezelf dat wil bewegen.
Wil spreken.
Spelen.
Gezien wil worden.

Maar nog vóórdat het naar buiten komt, trekt er iets samen.

Een hand op de rem.
Een blik naar binnen.
Is dit oké?
Mag dit wel?

Je leert jezelf kleiner maken, nog voordat iemand het je vraagt.


Schaamte zwijgt

Schaamte komt niet met lawaai.
Maar is stil.
Het is het moment waarop je voelt: dit stuk van mij is ongewenst.
Niet omdat het verkeerd is, maar omdat het te veel was voor de mensen die er toen waren.

En dus raak je verdeeld

Er is een deel dat zich inhoudt, dat rustig blijft, aangepast, beheerst.
En er is een ander deel dat nog steeds wil stralen, dat droomt van ruimte, van het middelpunt, van ongegeneerd bestaan.

Dat deel gaat niet weg.
Het gaat ondergronds.


Stiekem vrij

Misschien ken je dit: dat je soms even vrij bent.
Ongefilterd.
Levend.

En daarna komt de schaamte.
Alsof je iets hebt laten zien wat niet had mogen bestaan.

Niet omdat je iemand pijn deed.
Maar omdat je zichtbaar was.

Ik voel me te veel

Je hoeft niet te leren om meer ruimte in te nemen.
Of jezelf te verstoppen op het moment dat je zichtbaar wil zijn.

Het gaat over voelen dat er delen in jou zijn die nooit geleerd hebben dat ze welkom zijn.
En misschien is de beweging niet om groter te worden.
Maar om juist te blijven op het moment dat je voelt: ik neem nu ruimte in.
En jezelf te laten zien.
In al je prachtige kleuren.

Niet weg.
Of kleiner.
Niet verontschuldigend.

Gewoon hier.

Wanneer woorden uit je jeugd jouw waarheid worden

 

Jezelf niet durven uiten: over de stem die je leerde inslikken