Alles is goed in je leven, behalve eigenlijk de liefde. Misschien heb je wel een partner, maar je voelt je niet echt gekozen. Het lijkt alsof haar werk belangrijker is dan jij. Of zijn vrienden belangrijker zijn. Het voelt alsof er iets, of iemand anders op één staat, maar jij bent het niet en dat schuurt. Je wil geen zeur zijn. Je snapt ook dat niet iedereen hetzelfde is als jij. Maar toch blijft het knagen.

En misschien ga je daarom niet daten. Of vermijd je juist nieuw romantisch contact. Maar wat is dit gevoel eigenlijk? Is het alleen in je hoofd? Of gebeurt het echt? En belangrijker: wat kun je er zelf aan doen?

Ik voel me niet gekozen

Het gevoel nooit gekozen te worden is een oergevoel. Het is dat moment bij gym, wanneer je als laatste overblijft terwijl teams worden gekozen. Dat ene kind dat niemand als eerste wil. Dat ben jij. Zo voelt het.

Ik word toch nooit gekozen
Ik voel me niet gekozen

Het is geen gedachte die je één keer hebt. Het is een onderstroom. Een stille overtuiging die overal doorheen sijpelt. En het doet meer met je dan je misschien doorhebt. Want onder dit gevoel zit geen oppervlakkige onzekerheid. Er zit angst onder. De angst dat jij uiteindelijk degene bent die alleen overblijft. Terwijl iedereen om je heen liefde vindt. Een partner. Een gezin. Een wij. Iedereen, behalve jij. Dat voelt niet alleen verdrietig. Het voelt levensbedreigend. Want ergens diep vanbinnen gelooft een deel van jou: als ik alleen overblijf, ga ik dood.

Wat dit met je doet (zonder dat je het doorhebt)

Als jij diep vanbinnen gelooft dat je niet gekozen wordt, ga je je daarnaar gedragen. Niet bewust. Maar wel consequent. Je past je aan. Je wordt makkelijker. Leuker. Begripvoller. Je voelt haarfijn aan wat de ander nodig heeft — en geeft dat. Maar ondertussen raak je jezelf kwijt.

Of je doet juist het tegenovergestelde. Je trekt je terug voordat iemand je kan afwijzen. Je vindt van alles van de ander. Ziet direct waarom het toch niet gaat werken. Niet omdat het niet kan. Maar omdat het veiliger voelt om zelf weg te gaan dan weer niet gekozen te worden.

Dit is geen toeval. Dit is een patroon. Het wordt een self-fulfilling prophecy. Want hoe meer jij jezelf verlaat of afsluit, hoe groter de kans dat de ander je inderdaad niet volledig ziet of kiest. Niet omdat jij niet goed genoeg bent. Maar omdat je niet helemaal aanwezig bent. Omdat je niet zichtbaar bent.

Waar dit vandaan komt

Dit ontstaat niet in je volwassen leven. Dit was er al veel eerder. Als kind heb je twee basisbehoeftes: jezelf kunnen zijn (autonomie) én verbonden zijn met de ander (hechting). Idealiter gaan die samen. Maar als dat niet kan — door afwijzing, pesten, emotionele afwezigheid, een scheiding, ziekenhuisopname, een gevoel van alleen zijn — moet een kind kiezen. En een kind kiest altijd voor verbinding. Voor overleven. Want wij kunnen niet alleen voor onszelf zorgen.

Dus leer je: om verbonden te blijven, moet ik mezelf aanpassen. Wegcijferen misschien zelfs wel. 

Je leert:
ik ben te veel, of juist niet genoeg
ik moet harder mijn best doen
ik moet voelen wat de ander nodig heeft
ik moet mezelf kleiner maken

En dat werkte. Toen. Maar je neemt die strategie mee je volwassen liefdesleven in. En dan wordt het coping. Zodra het spannend wordt — daten, nabijheid, liefde — gaat je systeem aan. Je past je aan (en verlaat jezelf) of je trekt je terug (en vermijdt verbinding). Niet omdat je dat wil. Maar omdat je lichaam denkt dat het je beschermt.

Waarom het zo hardnekkig voelt

Omdat dit niet alleen een gedachte is. Het zijn delen in jou die iets proberen te voorkomen. Een deel dat bang is om verlaten te worden. Een deel dat gelooft dat het beter is om zelf afstand te houden. Een deel dat keihard zijn best doet om wel gekozen te worden. En al die delen hebben één doel: jou beschermen tegen die oude pijn.

Alleen… ze houden het probleem ook in stand.

Wat je kunt doen (en wat echt werkt)

Je doorbreekt dit niet door positiever te denken. Ook niet door jezelf te forceren om meer te daten. Je doorbreekt dit door iets radicaal anders te doen: voor jezelf kiezen. En dat klinkt simpel. Maar dat is het niet.

Voor jezelf kiezen betekent:

dat je merkt wanneer je jezelf aanpast — en stopt
dat je voelt wanneer je bang bent — en blijft
dat je eerlijk bent over wat je nodig hebt – ook als dat anders is dan wat de ander nodig lijkt te hebben
dat je jezelf niet verlaat, ook als de ander dat misschien wel doet

Het betekent dat je die delen in jezelf leert herkennen, zonder dat ze het overnemen. Dat je ze serieus neemt, maar niet meer blind volgt. En langzaam gebeurt er dan iets. Je hoeft niet meer zo hard je best te doen om gekozen te worden. Omdat jij jezelf al niet meer verlaat. En dat verandert alles.

Misschien is dit het echte verlangen

Misschien wil je niet eens gekozen worden door de ander. Misschien wil je voelen dat jij het waard bent om gekozen te worden. Door jezelf. En vanuit daar verandert liefde. Het wordt geen plek meer waar je jezelf verliest. Maar een plek waar je zichtbaar blijft.

Meer van mij lezen over dit thema?

Jezelf niet durven uiten: over de stem die je leerde inslikken

Waarom val ik op emotioneel onbeschikbare mannen?