Hij rijdt. Ik kijk naar buiten. “Je was wel gezellig hoor,” zegt hij, snuift een beetje. “Alleen… dat grapje aan tafel… dat viel een beetje dood, vond je niet?” Zijn ogen gaan van de weg even naar mij. Voorzichtig. Hij glimlacht. En daar. Heel even. Voel ik iets. Oei. Ojee. Dat was dus stom. Maar nog voordat ik het echt kan voelen ben ik al weg.

“Ja nou, jij zat ook niet echt lekker in het gesprek hè,” zeg ik, ik kijk naar buiten. “Beetje stil, vond ik. Alsof je er geen zin in had.”

Hij kijkt opzij. “Ja? Vond je dat?”

Ik doe net alsof ik zijn blik niet voel. “Ja, ik zag Mark ook al zo kijken… nou ja, het is wel leuk als jij ook een keer een vraag stelt. Net alsof je totaal niet geïnteresseerd was. Maar ik moest het hele gesprek zo ongeveer dragen.” Ik zucht. “En trouwens, rij eens even rustig. Het is 80 hier hè, hallo? Je hebt toch niet te veel gedronken?” Ik voel de frons tussen mijn wenkbrauwen. Ik kijk hem aan. Helder. Scherp. Hij schakelt terug, slikt. Ik lach, speels. Maar ik voel het zelf ook, mijn hart gaat iets sneller. Ik leg hem open op tafel en wijs precies aan wat er niet klopt. En ergens, diep vanbinnen, denk ik: zie je wel, ik kan dit beter dan jij

mijn partner is het probleem

Het moment dat je geraakt wordt (en je afgewezen voelt)

Het gaat zo snel, dat ik het niet voel. Alsof het er al was, alsof hij niet eens iets hoeft te zeggen, niets hoeft te doen. Maar hij raakte me. Ik voelde me afgewezen. Ik voelde: ik deed het niet goed, het was ongemakkelijk. Iedereen zag het. Een oud, bekend gevoel. Kwetsbaar. Onzeker. En dan is het gasgeven geblazen.

Hoe je kritische deel het stuur overneemt

Nog voordat je dat gevoel echt kunt toelaten, springt er iets anders voor. Een deel dat zegt: weg hier. En dat deel is goed in één ding: kritisch zijn. Precies. Bijna elegant. Maar ergens voel ik ook: “ik maak hem kapot”. Alles irriteert me dan:

  • zijn houding
  • zijn toon
  • zijn gedrag
  • wat hij wel en niet deed

Alsof ik ineens een haarscherpe analyse heb van alles wat er mis is. En eerlijk?
Ik heb vaak nog gelijk ook. Dat maakt het verraderlijk. Verslavend bijna.

Je wil je niet afgewezen voelen

Wat er gebeurt, is een patroon. Er is een deel dat zich geraakt voelt. Dat zich afgewezen voelt. En er is een deel dat dat niet aankan. Dat zegt: dit gaan we mooi dus niet voelen. Dus het doet iets anders.

Het gaat:

  • naar buiten (kritiek)
  • én naar binnen (schaamte, maar die duw je weg)

Een soort interne explosie. Ik bescherm mezelf als een automatische reactie, door de ander kleiner te maken. En tegelijkertijd ook een beetje mezelf. Want ik schaam me natuurlijk helemaal kapot.

Jouw kritische deel is vlijmscherp en super snel

Omdat het snel gaat. En omdat het werkt. Even dan. Zolang ik bezig ben met wat er mis is met de ander, hoef ik niet te voelen wat er in mij geraakt wordt. Dat kleine, pijnlijke moment. Waarin ik dacht: ik ben niet leuk genoeg, ik deed het verkeerd.

Ik stop niet bij één opmerking, ik maak er een rij van. Hoppa, nog een sneer. En even een intellectuele analyse om te laten zien hoe slim ik ben. Totdat het klaar is. En er iets anders opkomt.

De klap daarna: schaamte

Als de rust terugkomt, voel ik het. Wat ik gezegd heb. Hoe onaardig ik was. En ergens schaam ik me dan. Omdat ik weet: dit was niet wie ik wilde zijn. Maar ook… omdat dat moment op het feestje weer terugkomt. Dat kleine gevoel van: ojee, ik heb het niet goed gedaan en iedereen heeft het gezien, maakt er grappen over. En in mijn hoofd groeit het. Hoe kritischer ik word naar mijn partner, hoe meer ik probeer weg te bewegen van de afwijzing, maar de schaamte plakt eraan als een schaduw waar ik niet van weg kan bewegen. Die sneller is dan ik.

Als je kritisch reageert, betekent dat je sowieso geraakt bent

Als je het afpelt, zie je dit: er is altijd een moment waarop je geraakt wordt. Altijd. Een deel in jou dat zich:

Dat is de kern. Maar dat zijn we ons vaak niet bewust. Meestal niet. Je reageert zo snel, dat je de inslag mist. De geraaktheid overslaat in je herinnering. Want daaroverheen komt (vaak sneller dan het licht) een ander deel. Dat ook sterker is. En dat zegt: laat mij maar, ik fix dit wel.

Het is de puber achterin de klas. Onverschillig. Ongeïnteresseerd. Vlijmscherp en nergens bang voor. En die gaat prikken, irriteren. Door de ander onder je te zetten. Niet omdat je gemeen bent. Maar omdat dit is wat je geleerd hebt. Als je niet jaagt, wordt je de prooi. Niet zwak zijn.

De weg eruit: terug naar wat geraakt werd (zonder oordeel)

Door iets anders te doen op dat ene moment. Wanneer je voelt: ik wil uithalen. Dat is je ingang.

Stap 1: herken je geraakte deel

Niet: wat doet hij fout. Maar:  wat voel ik nu?

Is het:

  • schaamte
  • onzekerheid
  • het gevoel dat je het niet goed hebt gedaan?

Dat is de plek waar je moet zijn.

Stap 2: blijf daar (hoe ongemakkelijk ook)

Niet meteen weg rennen. Of rationaliseren. Stop. Blijf even. Bij dat rauwe randje. Dat is het deel dat aandacht nodig heeft.

Stap 3: begrijp je kritische deel

Dat deel dat wil uithalen? Dat is niet je vijand. Dat probeert je te beschermen. Soms bijna heldhaftig. Alleen… een beetje overdreven. Als een firefighter die het hele huis onder water zet voor een kleine vlam.

Stap 4: vertel eerlijk wat je voelde

Bijvoorbeeld:

“Wat je net zei… ik schrik daar een beetje van.”

Of:

“Ik schoot net in de aanval, maar eigenlijk schaamde ik me voor dat mislukte grapje.”

Dat is geen zwakte.
Dat is regie. En eerlijk.

Ik voel me afgewezen en word kritisch, dat hoeft zeker niet zo te blijven

Als je dit herkent, is dat geen toeval. Dit is een (aangeleerd) patroon in jou. Geen fout. Wel iets wat je kunt leren begrijpen. Zodat je niet meer automatisch hoeft te schieten in kritiek, maar kunt blijven bij wat er echt speelt. Dat vraagt oefening. En vaak ook begeleiding. In mijn coaching werk ik met deze delen in jou. Zodat je leert herkennen wat je raakt, en hoe je daar anders mee om kunt gaan, zonder jezelf te verliezen in aanval of schaamte.

Wil je eerlijker worden? Dat kan

Dat je geraakt wordt en het meteen omslaat in scherpte. Als je dat blijft doen, verandert er weinig. Maar je kunt hier iets in verschuiven.

Plan een afspraak dan kijken we samen naar jouw patroon en hoe je kunt stoppen met vanuit afwijzing kritisch te reageren. Door jezelf beter te begrijpen. En bij jezelf te blijven. Want het is niet erg om afgewezen te worden en hoognodig om daar wat beter voor te gaan zorgen. Zodat je niet kritischer hoeft te worden, maar eerlijker, en meer jezelf.

En daar begint alles.