Uit verbinding zijn voelt zelden spectaculair. Het is geen groot drama, maar veel subtieler dan dat. Je zegt “maakt niet uit” terwijl het je wel uitmaakt, en je voelt je verantwoordelijk voor de sfeer. Je slikt iets in om gedoe te voorkomen. En voelt teleurstelling omdat de ander niet goed aanvoelt wat jij nodig hebt. En ondertussen raak je steeds verder bij jezelf vandaan. 

 

Waarom we onszelf verlaten om de ander vast te houden

Van jongs af aan leren we: verbinding met de ander is veiligheid. Dat is het natuurlijk ook, want we overleven niet zonder iemand die voor ons zorgt. En als je volwassen bent, zoek je die bevestiging, liefde en validatie die je ooit van je ouders verlangde, bij je partner. Wanneer het spannend wordt — als er afstand dreigt, afkeuring, conflict — dan kiest een deel in ons bijna automatisch voor aanpassen, pleasen, inslikken of gauw terugtrekken.  Esther Perel zegt het zo: we verlangen naar nabijheid, maar verliezen onderweg vaak onze autonomie. En zonder autonomie verdwijnt ook het verlangen. In andere woorden: je probeert in verbinding te blijven met je partner, maar je verliest jezelf ondertussen.

 

Je checkt ergens uit

Stel je voor: je partner komt thuis en is kortaf. Jij voelt meteen spanning. Zonder dat het wordt uitgesproken, ga jij harder je best doen. Je past je toon aan. Je stelt geen vragen. Slikt je irritatie in. Later die avond voel je je leeg. Misschien zelfs boos. Op je partner. Of op jezelf. Dit is het moment waarop de verbinding al verloren ging. Niet tussen jullie, maar in jou.

 

Verbinding is geen samensmelting

Echte verbinding betekent niet dat je altijd afgestemd bent met je partner, dat je het altijd met elkaar eens bent. Dat er geen verschillen bestaan tussen wat je voelt, denkt, wil en verlangt. Verbinding betekent dat je bij jezelf kunt blijven terwijl je in contact bent met de ander.

Dus dat je kunt zeggen: “Dit raakt me.” Zonder te eisen dat de ander het oplost. Terwijl je verdraagt wat er gebeurt en het niet probeert weg te poetsen.
En dat je kunt voelen: “Ik word onzeker.” Zonder jezelf daarvoor te veroordelen. of te schamen. Dit is zelfdifferentiatie. In gewone taal: jezelf niet verlaten als het spannend wordt.

 

Je gevoelens en gedachten nemen het over

In ons zitten gedachten, gevoelens, kortom: delen, die dit lastig vinden. Een deel dat harmonie wil. Een deel dat bang is om te veel te zijn. Een deel trekt zich terug voordat het gekwetst kan worden. Die delen zijn niet het probleem. Ze hebben ooit geholpen. Maar zolang zij het stuur vasthouden, ben jij er zelf niet helemaal bij.

 

Zelfenergie: de sleutel tot verbinding

Verbinding begint bij zelfenergie. Dat is die staat waarin je aanwezig bent bij jezelf. Dus dat je voelt wat je voelt. Wanneer je je gevoelens en gedachten niet langer wegduwt, rationaliseert of bagatelliseert. Ook hoef je niet direct alles uit te spreken wat er binnen in je gebeurt. Maar je geeft wel ruimte aan wat je allemaal, voelt, denkt, aan alles wat er is in je. Je raakt niet gestrest van wat er in je gebeurt. Vanuit veilige verbinding met jezelf ontstaat rust. Ruimte. Keuze.

En pas dan kun je werkelijk verbinden met de ander — zonder jezelf te verliezen.

Meer van mij lezen over dit thema?

Mijn partner en ik begrijpen elkaar niet. Hoe lossen we dit op?