‘Ben je boos?’ je hoort het jezelf vragen. Probeert een zekere lichtheid in de vraag te stoppen. Gewoon, even checken, zeg je tegen jezelf. Ondertussen gebeurt dit, ongemerkt misschien, best vaak. Is je partner oké? Is er misschien iets dat je moet repareren? Oplossen? Je zoekt geruststelling, bevestiging. Veiligheid.

Emotioneel monitoren is een traumareactie

Regelmatig checken of de ander oké is, boos, of dat er iets aan de hand is, komt niet vanuit een behoeftigheid. Het is geen schreeuw om aandacht of een manipulatieve manier om de boel eens even lekker op te schudden. Dit constante checken is emotioneel monitoren, en dit is een traumareactie. Onbewust en automatisch, aangestuurd door je centrale zenuwstelsel.

 

Checken of je veilig bent

Jij probeert de ander te lezen, omdat je verlangt dat de ander jou laat voelen dat je veilig bent. Dat het goed zit tussen jullie. Dat je niets hoeft te doen, dat je niet afgewezen wordt, niet genegeerd, niet alleen gelaten. Dat er geen dreiging is. Dat is wat je doet als je deze vragen stelt en geruststelling zoekt bij de ander. Ben ik veilig of niet? Kan ik me ontspannen? Mag ik me ontspannen?

 

Jij moet doen wat je kan om te zorgen dat het veilig blijft

Als je bent opgegroeid met een vader die te veel dronk, een moeder die vaak somber, overprikkeld of afwezig was, een broer die alle aandacht opeiste, dan leerde je: de sfeer kan elk moment omslaan. En jij moet dat voor zijn. Jij moet voortdurend in de gaten houden hoe het met hen gaat, nog voordat zij het zelf zeggen. Jij moet doen wat je kan om te zorgen dat het veilig blijft. Je moet escalatie voor zijn. Zien te voorkomen. Het is jouw verantwoordelijkheid.

 

Gevoelig voor elke nuance

Je werd scherp. Alert. Je leerde jezelf kleiner maken als dat nodig was. Liever. Onzichtbaar soms. Niet omdat je zo geboren bent, maar omdat het werkte. Omdat het je hielp om spanning te verminderen. Zo mocht je erbij blijven, bij het gezin.. Je had je rol, je had je functie. Je leerde jezelf, dit zijn de voorwaarden waarop ik liefde krijg.

 

Je cijfert jezelf weg

En dus doe je dat nu nog steeds. Alleen speelt het zich nu af in het heden. In je relatie. Op de bank. In de keuken. In appjes die nét iets anders voelen. Je bent continu aan het aftasten. Je voelt spanning en voordat je het doorhebt, ga je alweer naar de ander toe. Vragen. Verzachten. Aanpassen. Je cijfert je eigen gevoelens of behoeftes weg, zonder dat je het echt doorhebt.

 

Je gebruikt de ander om jezelf te kalmeren

Wat je eigenlijk doet, is proberen je zenuwstelsel tot rust te krijgen via de ander. Als die zegt dat het goed is, als die ontspannen reageert, als die jou geruststelt — dan zakt er iets in jou. Even. Maar die rust is afhankelijk van de ander. En dus ook tijdelijk. Daarom begint het hier: begrijpen waarom je doet wat je doet. Niet wegduwen, niet veroordelen. Zien dat dit gaat over veiligheid. Ook nu nog. Want voor jouw systeem voelt het niet alsof er een keuze is. Het voelt als noodzakelijk.

 

Stap 1

Bewust emotioneel monitoren

De eerste beweging is klein, maar essentieel: onbewust emotioneel monitoren wordt bewust emotioneel monitoren. Dat betekent dat je het gaat herkennen. Dat moment waarop je lichaam aanspant. Waarop je merkt dat je bezig bent met de ander lezen. Dat je de neiging voelt opkomen dat je wilt checken, vragen, oplossen. Misschien voel je onrust, een knoop in je maag, een lichte paniek die zegt: doe iets, dit gaat niet goed.

 

Stap 2

Wat gebeurt er bij mij?

In plaats van direct te reageren, kun je daar even bij blijven. Niet om het weg te krijgen, maar om te zien: dit gebeurt er in mij. En dan komt de draai. Niet naar de ander, maar naar jezelf. Kun je jezelf op dat moment geruststellen? Kun je voelen wat jij nodig hebt, in plaats van wat de ander nodig heeft? Wat zijn jouw behoeftes, jouw grenzen, jouw wensen — wat merk jij op, los van hoe de ander zich voelt?

 

Stap 3 – U-turn

Is dit oké voor mij? Of misschien niet?

Dat is niet wat je gewend bent. Want lange tijd kreeg de ander alle ruimte, en paste jij je aan. Maar dat hoeft nu niet meer automatisch zo te gaan. Als je iets meer bij jezelf komt, ontstaat er ook ruimte om eerlijker te kijken naar de situatie. Voel ik me onveilig omdat mijn hoofd op hol slaat? Of doet mijn partner ook echt iets waardoor ik me onprettig voel? En als dat zo is, dan is dat belangrijk. Dan hoef je dat niet weg te poetsen. Dan mag je gaan voelen: is dit oké voor mij?

 

Stap 4 – Re-turn

Spreek voor je gevoel

Misschien kun je het delen. Vanuit kwetsbaarheid. Zeggen wat er in je gebeurt, zonder dat de ander het hoeft op te lossen. Dat is de beweging: eerst naar binnen, en dan weer naar buiten. Een soort u-turn, terug naar jezelf. En van daaruit een re-turn, opnieuw in contact — maar nu met jezelf erbij.

Emotioneel monitoren hoeft niet ineens te verdwijnen. Het is een patroon dat tijd nodig heeft en vertrouwen. Maar je kunt er wel anders mee leren omgaan. Minder automatisch. Minder afhankelijk. En stap voor stap iets meer thuis bij jezelf te komen.

Als je merkt dat je daar hulp bij nodig hebt — om weer te voelen wat van jou is, om veiligheid in jezelf op te bouwen — dan kan ik je daarbij helpen.

 

Wil je meer van mij lezen over dit onderwerp?

Ben je bang om lastig te zijn in je relatie? Slik je je behoeftes in?